Tertiaire preventie: voorbeelden en waarom ze belangrijk zijn
Tertiaire preventie helpt mensen die al een aandoening hebben. Het doel is om complicaties, herval en verdere beperkingen zo veel mogelijk te voorkomen en de levenskwaliteit te ondersteunen. De aandoening is dus al vastgesteld; de aandacht gaat naar goed omgaan met de gevolgen en verdere schade beperken.
Wat is het verschil met primaire en secundaire preventie?
- Primaire preventie probeert te voorkomen dat een aandoening ontstaat, bijvoorbeeld door niet te roken of voldoende te bewegen.
- Secundaire preventie richt zich op vroege opsporing, bijvoorbeeld via een screeningsonderzoek.
- Tertiaire preventie is bedoeld voor mensen met een bestaande aandoening en helpt complicaties of verergering te beperken.
De verschillende vormen van preventie kunnen elkaar overlappen. Een zorgverlener bekijkt welke aanpak past bij de aandoening, de gezondheid en de situatie van de patiënt.
Voorbeelden van tertiaire preventie
Diabetescomplicaties voorkomen
Bij diabetes kan regelmatige opvolging helpen om problemen aan de ogen, nieren, zenuwen en bloedvaten tijdig op te merken of te beperken. Voorbeelden zijn controles van de bloedsuiker, bloeddruk en cholesterol, oogonderzoek en advies over voetverzorging. Een zorgverlener kan ook ondersteuning bieden bij voeding, beweging en het correct gebruik van medicatie.
Revalidatie na een hartinfarct
Na een hartinfarct kan hartrevalidatie helpen om de conditie veilig op te bouwen en het risico op nieuwe hartproblemen te verkleinen. Een programma kan bestaan uit begeleide beweging, informatie over hartgezondheid en ondersteuning bij bijvoorbeeld stoppen met roken of omgaan met stress. De behandelende arts bepaalt welke revalidatie geschikt is.
Herstel na een beroerte
Na een beroerte kan revalidatie helpen bij het oefenen van bewegen, spreken, slikken of dagelijkse activiteiten. Fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten kunnen daarbij betrokken zijn. Ook opvolging van de onderliggende risicofactoren en het afgesproken behandelplan is belangrijk om de gezondheid te ondersteunen.
Zorg bij COPD
Voor mensen met COPD kan longrevalidatie helpen om beter met kortademigheid om te gaan en dagelijkse activiteiten haalbaarder te maken. Het programma kan ademhalingsoefeningen, beweging en begeleiding bij medicatiegebruik omvatten. Een zorgverlener kan ook adviseren over het vermijden van prikkels en over vaccinaties die voor de patiënt aangewezen zijn.
Gewrichtsschade beperken bij reumatoïde artritis
Bij reumatoïde artritis kunnen tijdige behandeling, regelmatige opvolging en aangepaste beweging helpen om pijn, ontsteking en functieverlies te beperken. Ergotherapie kan praktische tips geven om gewrichten minder te belasten in het dagelijkse leven. De behandeling wordt afgestemd op de patiënt en opgevolgd door het zorgteam.
Herval helpen voorkomen bij psychische aandoeningen
Bij aandoeningen zoals een depressie of bipolaire stoornis kan een persoonlijk terugvalpreventieplan ondersteuning bieden. Zo’n plan kan vroege signalen van herval, afspraken met hulpverleners en helpende strategieën beschrijven. Psychologische begeleiding en, wanneer voorgeschreven, medicatie kunnen deel uitmaken van de aanpak.
Ondersteuning na kankerbehandeling
Na een kankerbehandeling kan opvolging helpen om mogelijke gevolgen van de behandeling tijdig te bespreken en aan te pakken. Denk aan begeleiding bij vermoeidheid, pijn, bewegingsproblemen of emotionele klachten. Het opvolgingsschema en eventuele onderzoeken hangen af van het type kanker en de behandeling.
Waarom is tertiaire preventie belangrijk?
Een aandoening kan gevolgen hebben voor werk, gezin en dagelijkse activiteiten. Goede opvolging en begeleiding kunnen helpen om die gevolgen te beperken, zelfstandigheid te ondersteunen en de behandeling beter vol te houden. Tertiaire preventie is vaak een samenwerking tussen de patiënt, de huisarts, specialisten en andere zorgverleners.
Een aanpak op maat
Wat zinvol is, verschilt van persoon tot persoon. Bespreek met uw huisarts of behandelend arts welke controles, behandelingen of vormen van revalidatie bij uw situatie passen. Verander voorgeschreven medicatie niet zonder overleg met een zorgverlener.
8 Tips voor Tertiaire Preventie: Herstel en Voorkoming van Complicaties
- Volg kinesitherapie na een beroerte om functies te herstellen.
- Neem deel aan hartrevalidatie na een hartinfarct.
- Laat bij diabetes regelmatig je voeten controleren.
- Volg longrevalidatie bij COPD om klachten te beperken.
- Maak samen met je arts een plan om herval bij depressie te voorkomen.
- Laat je na kankerbehandeling opvolgen om complicaties tijdig op te sporen.
- Verander regelmatig van houding om doorligwonden te voorkomen.
- Neem voorgeschreven medicatie correct in om verdere schade te beperken.
Volg kinesitherapie na een beroerte om functies te herstellen.
Na een beroerte kan kinesitherapie helpen om beweging, evenwicht en spierkracht opnieuw te oefenen. De kinesitherapeut stelt samen met jou doelen op en past de oefeningen aan je mogelijkheden en vooruitgang aan. Zo kan revalidatie bijdragen aan meer zelfstandigheid in het dagelijks leven. Bespreek met je arts wanneer kinesitherapie kan starten en welk programma het best bij jouw situatie past.
Neem deel aan hartrevalidatie na een hartinfarct.
Na een hartinfarct kan hartrevalidatie helpen om onder begeleiding uw conditie geleidelijk op te bouwen en met vertrouwen dagelijkse activiteiten te hervatten. Vaak krijgt u er ook advies over beweging, medicatie en gezonde gewoonten, zoals stoppen met roken. Bespreek met uw arts welk programma bij uw situatie past en wanneer u eraan kunt beginnen.
Laat bij diabetes regelmatig je voeten controleren.
Laat je voeten regelmatig controleren als je diabetes hebt. Diabetes kan het gevoel in je voeten verminderen en de bloedcirculatie beïnvloeden, waardoor wondjes soms minder snel opvallen of genezen. Een arts of podoloog kan problemen vroeg opsporen en advies geven over voetverzorging. Controleer je voeten ook zelf regelmatig en bespreek wondjes, verkleuringen of pijn tijdig met je zorgverlener.
Volg longrevalidatie bij COPD om klachten te beperken.
Longrevalidatie kan mensen met COPD helpen om beter met kortademigheid om te gaan en dagelijkse activiteiten makkelijker vol te houden. Met begeleiding oefent u onder meer veilig bewegen en ademhalingstechnieken, en krijgt u advies over omgaan met klachten. Bespreek met uw arts of longrevalidatie geschikt is voor uw situatie.
Maak samen met je arts een plan om herval bij depressie te voorkomen.
Maak samen met je arts een persoonlijk plan om herval bij een depressie tijdig op te merken en aan te pakken. Noteer welke signalen bij jou kunnen wijzen op een terugval, zoals aanhoudende somberheid, slaapproblemen of minder interesse in dagelijkse activiteiten, en spreek af welke stappen je dan kan zetten en wie je kan contacteren. Bespreek ook hoe je je behandeling opvolgt en welke steun je omgeving kan bieden. Zo’n plan voorkomt een herval niet altijd, maar kan helpen om sneller passende hulp te zoeken.
Laat je na kankerbehandeling opvolgen om complicaties tijdig op te sporen.
Na een kankerbehandeling is regelmatige opvolging belangrijk om mogelijke late gevolgen of complicaties tijdig op te sporen en te bespreken. Volg het controleschema van je behandelteam en neem contact op met je arts als je nieuwe of aanhoudende klachten hebt. Welke controles nodig zijn, hangt af van het type kanker en de behandeling die je kreeg.
Verander regelmatig van houding om doorligwonden te voorkomen.
Verander regelmatig van houding om doorligwonden te helpen voorkomen, zeker wanneer u langdurig zit of in bed ligt. Door de druk op dezelfde plek af en toe te verlichten, krijgt de huid meer kans om gezond te blijven. Vraag uw verpleegkundige of zorgverlener hoe vaak u best van houding verandert en welke hulpmiddelen, zoals een aangepast kussen of matras, voor u geschikt zijn. Controleer de huid ook regelmatig op roodheid of andere veranderingen en meld die aan uw zorgverlener.
Neem voorgeschreven medicatie correct in om verdere schade te beperken.
Neem voorgeschreven medicatie in volgens de dosis en het tijdstip die je arts heeft afgesproken. Zo kan de behandeling helpen om je aandoening onder controle te houden en verdere schade of complicaties te beperken. Stop niet op eigen initiatief en verander de dosis niet; neem bij bijwerkingen, vragen of moeilijkheden contact op met je arts of apotheker.
